1.Een Basis HTML Bestand Maken
Hier leer je je eerste stappen bij het maken van je website. Als je een beginner bent op het gebied van HTML dan kun je het beste hier beginnen.
Een standaard HTML bestand is vrij simpel te maken. Het enige wat je nodig hebt is een tekst editor zoals bijvoorbeeld "kladblok" dat standaard bij Windows zit. Het is echter aan te raden om een HTML editor te gebruiken. Dit werkt makkelijker en sneller. Een lijstje met goede HTML editors
Nog een opmerking: HTML behandelt hoofdletters en kleine letters hetzelfde. Het maakt dus niet uit of je <TITLE> of <title> typt.
Zoals al gezegd heten de commando's tussen < en > tags.
Het volgende voorbeeld bevat het basismodel van ieder HTML bestand.
<HTML>
<HEAD>
<TITLE>Hier vul je de titel van je pagina in.</TITLE>
</HEAD>
<BODY>
Hier komt de inhoud van je pagina.
</BODY>
</HTML>
Klik Hier om dit Voorbeelddocument te bekijken!
Ok, dit is dus een standaard HTML document. Iedere webpagina bevat dus minimaal het bovenstaande.
Maar wat gebeurt er nu eigenlijk? Even een uitleg van de verschillende tags die hier gebruikt worden.
<HTML>
Deze tag wordt gebruikt om het begin van een HTML document aan te geven. Als je een HTML bestand maakt, begin je dus altijd met <HTML>.
<HEAD>
De <HEAD> tag wordt gebruikt om belangrijke informatie over de pagina in op te nemen. Deze informatie is (vrijwel altijd) onzichtbaar voor de bezoeker van je pagina. Je vindt hier vaak de titel van de pagina (zie hieronder) en ook meta-tags (waarover later meer).
<TITLE> en </TITLE>
De <TITLE> tag is de begintag van de titel van je pagina.
Na deze begintag type je dus de gewenste titel voor je pagina. Deze titel ziet de bezoeker linksboven in zijn browserscherm.
Vervolgens sluit je de tag met </TITLE>.
Kijk maar eens naar het voorbeelddocument hierboven. Je ziet dat tussen de <TITLE> en </TITLE> tags het volgende staat: "Hier vul je de titel van je pagina in."
Dit zou dus moeten verschijnen als je het voorbeelddocument hierboven opent. Controleer dit maar eens.
Als het goed is, zie je de titel ("Hier vul je de titel van je pagina in.") linksboven in het nieuwe browserscherm verschijnen.
Verder staat er nog: "Hier komt de inhoud van je pagina." Maar dat komt hieronder bij de bespreking van de BODY.
</HEAD>
Dit is de eindtag van de HEAD. Onthoud dat practisch alle elementen bestaan uit een begintag en een eindtag. De eindtag ziet er hetzelfde uit als de begintag, maar het heeft alleen een / erbij.
Vergeet niet begin- en eindtag op te nemen, anders heeft dit (meestal) grote gevolgen voor het resultaat op het scherm.
<BODY> en </BODY>
De <BODY> en </BODY> tags zijn veruit de belangrijkste tags in ieder HTML document. De werkelijke inhoud van je pagina komt tussen deze tags te staan. Daarom heet het ook "body", ofwel "lichaam". De <BODY> tag komt tussen de <HTML> en </HTML> tags en na de </HEAD> tag.
Ook vind je in het element BODY belangrijke informatie in haar attributen over bijvoorbeeld de achtergrondkleur en de tekst.
Nu alvast een zestal belangrijke attributen die in de BODY tag horen:
- background
- Hiermee kun je een plaatje gebruiken als achtergrond van je pagina.
- bgcolor
- Belangrijk attribuut, om de achtergrondkleur van je pagina te wijzigen.
- text.
- Met dit attribuut kun je de standaard tekstkleur op je pagina instellen.
- link
- Hiermee kun je de kleur van de links op je pagina instellen.
- alink
- Bepaalt de kleur van de actieve links. De links zijn actief als je er op klikt.
- vlink
- Attribuut waarmee je de kleur van de geklikte links aangeeft. Als een bezoeker terugkeert op je pagina, dan zijn de links waarop hij al geklikt heeft in deze kleur weergegeven.
Meer over kleuren en kleurwaarden kun je hier lezen.
Even een voorbeeld van een "BODY" tag met mogelijke attributen en waarden:
<BODY bgcolor="yellow" text="red" link="pink" alink="purple" vlink="brown">
Hiermee krijg je een pagina met een gele achtergrond, rode tekst, roze links, paarse actieve links en bruine bezochte links.
Nog even voor het begrip van de termen: het element in bovenstaande tag is: BODY, de attributen hiervan zijn: bgcolor, text, link, alink en vlink. De waarden van de verschillende attributen zijn: yellow, red, pink, purple en brown.
Natuurlijk hoef je deze attributen niet te gebruiken. Doe je dit niet, dan gebruikt de browser de standaard ingestelde waarden. Meestal betekent dit een witte achtergrond, blauwe links, enz.
Zoals je ziet, zet je de waarden (yellow,red,etc.) van de attributen tussen aanhalingstekens.
</HTML>
Deze eindtag markeert het einde van een HTML document. Dit is dus de laatste tag die je gebruikt bij het maken van je pagina.
Einde Les Een
Ok, dit is genoeg voor de eerste les. Nu ben je in staat om een standaard HTML bestand te maken en kun je werken met de attributen van de BODY tag, waarmee je o.a. de achtergrondkleur en de linkkleur van je pagina's kunt veranderen.
Nu kun je les twee bekijken, waar de verschillende tekst-tags aan de orde komen.
2.Tekst Schrijven En Tekstopmaak
Hier leer je de verschillende tekst-tags kennen en hun effecten op je pagina. Met deze tags kun je de tekstopmaak op je pagina aanpassen.
Schrijven
Zoals je in les 1 hebt gezien, bevat dat wat in de BODY staat de daadwerkelijke inhoud van je pagina.
Dit betekent dat alle tekst die je tussen de <BODY> en </BODY> tags zet, op het scherm verschijnt als je de pagina in je browser bekijkt.
Er zijn verschillende tags die je helpen de tekst te structureren en op te maken. Zo krijg je een overzichtelijke en mooie pagina.
Nu dus een uitleg van de verschillende tekst-tags.
Headings
HTML heeft zes verschillende headings (koppen), genummerd van 1 tot 6, waarbij 1 de grootste is.
Een voorbeeld van een heading tag: begintag: <H1> eindtag: </H1>. Dit zijn de begin- en eindtag van H1. H3 is ongeveer de normale tekstgrootte.
Je gebruikt headings als koptekst. Kijk maar eens op deze pagina. Hier vind je alle headings onder elkaar, van <H1> tot <H6>, en zie je het effect dat ze hebben op de tekst.
Je ziet dat de headings de tekst ook wat vetter gedrukt weergeven.
Paragrafen
Lege ruimtes in je HTML code, zoals spaties, enters en inspring-ruimte, worden altijd weergegeven als een enkele spatie als je de HTML pagina in de browser bekijkt. Dit is handig, omdat je niet meer hoeft te letten op de lengte van je zinnen. De browser zet de woorden namelijk automatisch op een nieuwe regel als hij een regel heeft volgeschreven.
Toch zal je soms structuur in je tekst willen aanbrengen, door middel van paragrafen bijvoorbeeld. Dit doe je met de <P> tag. Deze paragraaf tag begint een nieuwe regel en doet dit na een lege regel erboven vrij te hebben gehouden.
De <P> tag heeft wel een eindtag, </P>, maar deze hoef je niet te gebruiken. De browser begrijpt namelijk zelf bij het zien van een volgende <P> tag dat de eerste paragraaf is afgelopen en dat nu de tweede paragraaf begint.
Ik zou uit goede gewoonte toch maar gewoon de eindtag </P> gebruiken. Tussen de begin- en eindtag komt dan de inhoud van je paragraaf.
De <P> tag heeft ook een attribuut, namelijk, align.
Met align kun je aangeven of je de tekst in de paragraaf left (links), center (in het midden), of right (rechts) wilt uitlijnen.
Standaard is align ingesteld op left. Als je dus geen align attribuut toevoegt, wordt de tekst links uitgelijnd.
Hieronder zie je wat de code wordt voor een in het midden uitgelijnde paragraaf (center) en voor een rechts uitgelijnde paragraaf (right).
<P align="center">Zo schrijf je de tag als je de paragraaf in het midden wilt uitlijnen</P>
<P align="right">Zo schrijf je de tag als je de paragraaf rechts wilt uitlijnen</P>
Center
Je kunt naast paragrafen ook andere tekst en andere elementen in het midden van de pagina laten uitlijnen. Dit doe je dan met de tag <CENTER>.
Je sluit de tag met </CENTER>.
Break
Ik zei eerder al dat enters in HTML niet gelden als het einde van een regel. Als je het einde van een regel wilt markeren, moet je deze tag gebruiken: <BR>. Deze tag zorgt ervoor dat de tekst die volgt, op de volgende regel geplaatst wordt. Er is geen sluitingstag.
Horizontal Rule
Een andere handige tag om je pagina in secties op te delen is de <HR> tag. Deze tag zorgt ervoor dat een horizontale lijn op het scherm verschijnt, zoals hieronder.
Ook deze tag heeft geen eindtag. Wel kun je de dikte en lengte van de lijn aanpassen via de attributen size en width. Een voorbeeldje:
Met:
<HR size="3" width="50%">
Krijg je de volgende lijn:
Experimenteer maar wat zodat je de goede maat kunt vinden voor je pagina.
Bold, Italic, Underline, Typewriter Text
Nu nog wat over een aantal speciale tekststijlen.
Met de <B> tag krijg je vetgedrukte tekst.
Zo ziet het eruit.
Met de <I> tag krijg je schuingedrukte tekst.
Dat ziet er zo uit.
Met de <U> tag krijg je onderstreepte tekst.
Dit is onderstreept.
En met de <TT> krijg je typemachine tekst.
Dit is typemachine tekst.
Al deze tags hebben eindtags dus: </B>, </I>, </U> en </TT>.
Einde Les Twee
Goed, de belangrijkste dingen over tekstopmaak zijn in deze les nu wel behandeld, het wordt tijd om door te gaan naar les drie.
3.Werken Met Fonts
Met de FONT tag kun je de lettergrootte en het lettertype van een bepaald stuk tekst aanpassen. De FONT tag is vrij makkelijk in gebruik.
Lettergrootte aanpassen
Zoals je al gezien hebt, kun je de lettergrootte aanpassen met Headings. Deze zijn echter vooral bedoeld als koptekst.
Als je de lettergrootte van een ander stuk tekst op je pagina wilt aanpassen doe je dit met de FONT tag.
Je voegt hier dan het attribuut size aan toe en een waarde met een getal van 1 tot 7, waarbij 1 de kleinste letter oplevert en 7 de grootste.
De waarde 3 komt overeen met de basislettergrootte. De eindtag is </FONT>.
Een voorbeeld tag:
<FONT size="6">Zo krijg je lettergrootte 6</FONT>
RESULTAAT:
Zo krijg je lettergrootte 6
De bovenstaande waarden zijn absolute waarden. Je kunt ook met relatieve waarden werken. Dit doe je door met de + en - tekens te werken. +3 is dan de grootste letter en -3 maakt de kleinste letter.
De waarden die je dan opgeeft, geven de wijziging aan t.o.v. de basislettergrootte op je pagina. De relatieve waarden plaats je tussen aanhalingstekens.
Een voorbeeld van het aanpassen van de tekstgrootte d.m.v. een relatieve waarde:
<FONT size="+2">Zo wordt de tekst met twee verhoogd t.o.v. de basislettergrootte</FONT>
RESULTAAT:
Zo wordt de tekst met twee verhoogd t.o.v. de basislettergrootte
Lettertype aanpassen
Net zoals je de lettergrootte van ieder stuk tekst op je pagina kunt aanpassen, kun je ook het lettertype veranderen.
Dit doe je weer met de FONT tag, maar nu gebruik je het attribuut face.
Je moet als waarde een bepaald lettertype opgeven. Een paar bekende lettertypen zijn: Verdana, Arial, Courier.
Je kunt ook meerdere lettertypen opgeven, achter elkaar, gescheiden door een komma. Als dan het eerstgenoemde lettertype niet ondersteund wordt door het systeem van de gebruiker, dan wordt het tweede lettertype gebruikt, als het tweede ook niet ondersteund wordt, het derde, etc.
Je zet de lettertypen tussen aanhalingstekens.
Een voorbeeld:
<FONT face="Verdana, Arial, Courier"> Zo stel je het lettertype van deze tekst in op Verdana, niet ondersteund? Dan Arial en tenslotte Courier</FONT>
RESULTAAT:
Je ziet dat het lettertype veranderd is. Eerste keus is hier Verdana, daarna Arial en Courier.
Tekstkleur Veranderen
Een derde attribuut van de FONT tag is: color.
Hiermee kan je de kleur van een bepaald stuk tekst veranderen.
Als waarde moet je een bepaalde kleur opgeven. Dit kun je doen met kleurnamen, zoals: yellow, green, blue of door middel van RGB waarden.
Voor een overzicht van webkleuren en RGB waarden, hier klikken!
Een voorbeeld van het werken met het color attribuut:
<FONT color="Red"> Zo stel je de kleur van dit tekstdeel in op rood.</FONT>
RESULTAAT:
Je ziet dat de tekst nu rood gekleurd is.
Alles Samen Nu
Goed, je hebt nu drie attributen van de tag FONT gezien.
Wat nu als je de lettergrootte en het lettertype wilt veranderen? Of zelfs lettergrootte, lettertype en tekstkleur?
Is het dan nodig iedere keer de FONT tag te gebruiken met één attribuut, dan de tag weer te sluiten en dat dan twee of zelfs drie keer te herhalen?
Het antwoord is nee.
Je kunt de attributen namelijk achter elkaar zetten in de FONT tag.
Een voorbeeld van drie attributen in één FONT tag:
<FONT size="4" face="Arial" color="Red">Nu krijg je dus lettergrootte 4, met lettertype Arial in de kleur rood met één FONT tag.</FONT>
RESULTAAT:
Lettergrootte 4, lettertype Arial in de tekstkleur rood.
Einde Les Drie
In deze les kwam het werken met fonts aan de orde.
Je hebt geleerd te werken met de attributen size, face, en color. Dit geeft je veel mogelijkheden om je tekst naar eigen smaak aan te passen.
Het wordt nu tijd door te gaan naar de volgende les.
4.Links Maken
Hyperlinks (=links) maken het World Wide Web tot dat wat het is. Zonder links zouden alle files op het web geïsoleerd zijn en zou je alleen een pagina bezoeken waarvan je het adres wist. Door links zijn een enorme hoeveelheid files op het web aan elkaar gekoppeld en is het mogelijk op je pagina te verwijzen naar (delen van) andere pagina's op je site, maar ook naar pagina's en bestanden van een totaal andere site.
Nu gaan we dus kijken hoe je links maakt met HTML. De link tags in HTML zijn: <A> als begintag, de eindtag is dan </A>.
Achtereenvolgens komt aan bod:
Linken naar bestanden op je eigen site
Er zijn twee soorten links die onder deze categorie vallen:
1. Linken naar bestanden op een andere pagina van je site.
2. Linken naar een bepaald gedeelte op een pagina.
Het is bij deze bestanden niet nodig om bij de links "http:// " en "www." toe te voegen, aangezien de bezoeker zich al op je site bevindt en hij alleen doorgestuurd hoeft te worden naar een ander bestand op dezelfde server.
ad 1.
Een link naar een bestand op een andere pagina van je site maak je als volgt.
Je begint met de A tag en vervolgens voeg je hier het attribuut href aan toe. Href staat voor Hyper Reference en definieert het adres waar men naartoe gebracht wordt nadat op de link is geklikt.
Daarna type je de naam van het bestand/de pagina waar je naar toe wilt linken. Bijvoorbeeld index.html. Nu verwijs je dus naar het bestand index.html. Dit bestand moet dan wel in dezelfde directory staan als het bestand waarin je de link plaatst. Heb je het bestand in een directory die daar "onder" staat (oftewel in een subdirectory) dan krijg je zo'n soort link:
diversen/index.html.
Nu stuur je de bezoeker naar de onderliggende subdirectory: "diversen" en het bestand "index.html" dat daar in staat.
Staat het bestand in een directory "boven" het bestand waarin je de link plaatst dan schrijf je deze link:
../index.html.
Hier wordt verwezen naar het bestand "index.html" in de bovenliggende directory. Met de twee puntjes gaat de browser naar de bovenliggende directory.
Je kunt ook verwijzen naar een bestand in een directory die boven de huidige directory ligt. Dat gaat met:
../etcetera/index.html.
Nu wordt met de twee puntjes eerst weer een directory omhoog gegaan. Vervolgens wordt in de directory "etcetera" die zich daar bevindt, het bestand "index.html" geöpend.
Nog even alles op een rij:
<A href="index.html">Met deze link verwijs je naar het bestand "index.html" in dezelfde directory.</A>
<A href="diversen/index.html">Nu verwijs je naar het bestand "index.html" dat zich in de subdirectory "diversen" bevindt.</A>
<A href="../etcetera/index.html">Ook nu verwijs je weer naar het bestand "index.html", maar nu bevindt het zich in een bovenliggende directory met de naam "etcetera".</A>
Nog één belangrijk ding: de tekst die je tussen de <A..> en </A> tags plaatst, is de link-tekst. Deze wordt standaard onderstreept weergegeven en als erop geklikt wordt, wordt de link geactiveerd.
ad 2.
Soms kan het handig zijn om een bezoeker gelijk naar een bepaald gedeelte op een pagina te verwijzen. Denk aan een lange pagina met veel tekst. Het is dan ideaal om een link naar een specifieke paragraaf te kunnen opnemen.
Hiervoor dient het attribuut name.
Je zet de tag <A name="de naam">De tekst waar je naar toe linkt</A> bij het gedeelte waar je naar toe wilt linken.
Dan gebruik je de tag <A href="#de naam">Hier komt de link-tekst</A> daar waar je de link wilt plaatsen.
Even een voorbeeld:
Als je hier klikt, ga je naar de tekst "Linken naar bestanden op je eigen site" hierboven op deze pagina.
Bij de tekst waar ik naar wil linken heb ik dit geplaatst:
<A name="tekst">Links naar bestanden op je eigen site:</A>
En de link zelf heb ik als volgt gemaakt:
<A href="#tekst">hier</A>
Linken naar bestanden elders op het web
Linken naar een bestand op een totaal andere website is vrij eenvoudig.
Je gebruikt natuurlijk weer de tags <A> en </A>.
Nu moet je wel "http://" en "www." toevoegen aan het link-adres, want nu verwijs je naar een bestand op een andere server.
Een voorbeeld:
<A href="http://www.hetadres.nl/index.html">De link-tekst hier!</A>
Met deze link verwijs je dus naar het bestand "index.html" wat een onderdeel is van "http://www.hetadres.nl/".
Het attribuut "target"
Nu nog iets over het attribuut target.
Dit attribuut wordt vooral gebruikt in pagina's met frames (waarover later meer), maar kan ook gebruikt worden in normale pagina's.
Het attribuut target kan vier verschillende waarden hebben:
- _blank
- Zorgt ervoor dat de link in een nieuw browserscherm geladen wordt.
- _self
- Link wordt in hetzelfde browserscherm geladen.
- _parent
- Laadt de link in de bron van het document.
- _top
- Laadt de link in het gehele scherm. Alleen van belang bij frames.
Zo zien de tags er dus uit als je het "target" attribuut gebruikt met één van de vier bijbehorende waarden:
<A href="http://www.voorbeeld.nl/" target="_blank">Zo wordt de link in een nieuw browserscherm geladen</A>
<A href="http://www.voorbeeld.nl/" target="_self">Zo wordt de link in hetzelfde browserscherm geladen</A>
<A href="http://www.voorbeeld.nl/" target="_parent">Zo wordt de link in de bron van het document geladen</A>
<A href="http://www.voorbeeld.nl/" target="_top">Zo wordt de link in het hele scherm geladen (alleen voor frames-pagina's)</A>
Afbeeldingen als links gebruiken
Je kunt ook afbeeldingen als link gebruiken. Deze heten dan clickable images.
Het maken van de link-tag verschilt niet veel van wat je hierboven geleerd hebt. Alleen gebruik je nu in plaats van de onderstreepte link-tekst, het adres van de afbeelding.
Afbeeldingen komen pas in een volgende les aan de orde. Meer over het gebruik van afbeeldingen kun je dus hier lezen.
Toch is het handig om nu alvast aan te geven hoe je een afbeelding als link kunt gebruiken.
Voor nu volsta ik dus met het weergeven van de tag:
<A href="http://www.voorbeeld.nl/"><IMG src="afbeelding.gif"></A>
Op de plaats waar nu "afbeelding.gif" staat, vul je het adres in van de afbeelding in die je gebruikt voor je link. Meestal is dit een .gif of .jpg (.jpeg) bestand.
E-mail Link
Deze links worden ook wel mailto links genoemd. Deze link verschijnt als elke andere link, maar wanneer er op geklikt wordt, kan de bezoeker een e-mail aan je sturen.
Een mailto link maak je als volgt:
<A href="mailto:jouw@emailnaam.nl">Stuur me een e-mail!</A>
De tekst: "Stuur me een e-mail!" wordt weergegeven als de link-tekst.
Einde Les Vier
De belangrijkste dingen over links op je pagina zijn nu wel behandeld.
Nu kun je links naar pagina's op je eigen site maken, links naar andere websites, en e-mail links.
Dus nu kan jouw site ook echt een draad worden in het World Wide Web.
Maar er is nog veel meer te leren in de volgende lessen. 
5.Afbeeldingen Toevoegen
De meeste afbeeldingen die voor internet gebruikt worden, zijn in .gif .jpg (.jpeg) of .bmp formaat.
Hoewel plaatjes je pagina kunnen verfraaien, moet je toch goed nadenken voor je ze opneemt, want als je er te veel gebruikt, wordt de laadtijd van je pagina veel te lang. En als er één ding is dat je moet voorkomen, is het wel dat je bezoekers je site verlaten, omdat de pagina's te langzaam laden.
<IMG> tag en het attribuut "src"
Afbeeldingen neem je op met de <IMG> tag. Het heeft geen eindtag.
Je moet altijd het attribuut src (=source) erbij gebruiken, dit attribuut vertelt de browser waar de afbeelding staat.
De waarde van src is daarom altijd een adres. Het schrijven van een adres hebben we al behandeld in les 4.
De attributen "height" en "width"
Er zijn nog twee attributen die je eigenlijk altijd moet toevoegen, namelijk height en width.
Deze attributen vertellen de browser welke afmetingen de afbeelding heeft. De browser laat deze ruimte open (ruimte in pixels) en gaat verder met het laden van de rest van de pagina.
De afmetingen van je afbeeldingen moet je kunnen zien met je grafische software, zoals Photoshop.
Nu een voorbeeld van een "IMG" tag met de bijbehorende attributen:
<IMG src="hello3d.gif" height="64" width="154">
RESULTAAT:

Je ziet nu hierboven de afbeelding "hello3d.gif" op het scherm verschijnen.
Afbeeldingen Uitlijnen
Als je tekst bij een bepaalde afbeelding wilt plaatsen, moet je het align attribuut gebruiken.
Align kan hier als waarde top, bottom of middle hebben (bottom is de standaard, dus als je niets invult).
Nu zie je voorbeelden van het uitlijnen van een afbeelding:
Standaard is de onderkant van een afbeelding uitgelijnd met de tekst, zoals je hier ziet. Hieronder zie je voorbeelden van align met waarden: top en center.
Dit is weer hetzelfde plaatje, maar nu zie je dat de tekst aan de bovenkant van de afbeelding begint. Je ziet dat alleen de eerste regel bovenaan begint. De rest van de tekst komt weer onder de afbeelding. Dit is dus de waarde top.
De complete tag met waarde "top" wordt dus:
<IMG src="hello3d.gif" height="64" width="154" align="top">
Hier weer dezelfde afbeelding, maar nu zie je dat de tekst ter hoogte van het midden van de afbeelding begint. Je ziet dat alleen de eerste regel in het midden begint. De rest van de tekst komt weer onder de afbeelding.
De tag met waarde "middle":
<IMG src="hello3d.gif" height="64" width="154" align="middle">
Een Afbeelding Als Achtergrond Gebruiken
Dit is al kort behandeld in de eerste les.
Je kunt een afbeelding als achtergrond voor je pagina gebruiken. Je moet dan het attribuut background in de <BODY> plaatsen.
Zo dus:
<BODY background="afbeelding.gif">
Einde Les Vijf
In deze les kwam het werken met afbeeldingen in HTML aan de orde. De belangrijkste dingen zijn hier wel behandeld: het plaatsen van de afbeeldingen, het uitlijnen en het gebruiken van een afbeelding als achtergrond.
Tijd voor de volgende les!
|